Hoe verandert een blok aluminium in een onderdeel voor een vliegtuig, auto of machine? Kasper weet het. Hij volgt de opleiding Technicus Engineering Werktuigbouw aan ROC van Flevoland en houdt zich bezig met CNC-verspanen. Met computergestuurde machines maakt hij van een digitaal ontwerp een echt product. Wat hem daar zo in trekt? Vooral ontdekken wat er allemaal mogelijk is.
Wat de tech… doe je eigenlijk?
Ik volg de opleiding Technicus Engineering Werktuigbouw en houd me bezig met CNC-verspanen. CNC-machines zijn computergestuurde machines waarmee je bijvoorbeeld metaal heel precies kunt bewerken. Ik maak eerst een ontwerp in digitale software. Daarna schrijf je een programma voor de machine en maak je het product echt. Met bijvoorbeeld een frees of een draaibank kun je materiaal weghalen totdat precies de vorm overblijft die je nodig hebt.
Dat kunnen heel verschillende producten zijn. Denk aan onderdelen van een auto, trekker of vliegtuig. Tijdens mijn stage heb ik bijvoorbeeld meegewerkt aan de voorbereiding van machines en een stukje programmeren.
Hoe kom je daarbij?
‘Ik was als kind al veel bezig met techniek. Ik speelde graag met Lego, maar vond het ook leuk om dingen uit elkaar te halen om te ontdekken hoe ze gemaakt waren. Toen ik bij het ROC begon, wist ik nog niet precies welke richting ik op wilde. Ik kon kennismaken met mechatronica, elektrotechniek en werktuigbouw. Werktuigbouw bleek het beste bij mij te passen.
Wanneer wist je: dit is het?
‘Het maken en bouwen heeft er eigenlijk altijd al ingezeten. Bij mijn grootvader was ik veel bezig met hout en constructies. Later ontdekte ik op school hoe je met grote machines metaal kunt bewerken. Toen merkte ik dat werktuigbouw echt bij mij past. Je begint met een materiaal en kunt daar uiteindelijk iets heel anders van maken. Dat vind ik interessant.
Wat mij ook aanspreekt, is dat techniek nooit stilstaat. Wat we nu maken, wordt over tien of twintig jaar misschien alweer op een heel andere manier gemaakt. Je blijft dus steeds nieuwe dingen ontdekken.’
Wat betekent jouw werk in het dagelijks leven? En voor de toekomst?
Metaalbewerking speelt een belangrijke rol voor de toekomst. Onderdelen voor bijna alles moeten ergens gemaakt worden. Tijdens mijn stage werkte ik bij een bedrijf dat gereedschappen maakte die onder andere door de brandweer worden gebruikt om auto’s open te knippen. Er zijn ook bedrijven die onderdelen maken voor vliegtuigen zoals de F-35.
Ook in de toekomst blijft dat belangrijk. Nieuwe vormen van vervoer en nieuwe machines moeten niet alleen worden bedacht, maar uiteindelijk ook worden gemaakt. Daar zijn mensen voor nodig die weten hoe dat moet.’
Wanneer dacht je zelf voor het eerst: wat de tech?
‘Dat was denk ik toen ik voor het eerst een laptop zag. Ik vroeg me af: hoe werkt dit eigenlijk? Er zitten allemaal kleine onderdelen in en er gaat stroom doorheen. Maar hoe zorgt dat ervoor dat je beeld op je scherm krijgt? En hoe kun je via zo’n apparaat met iemand anders communiceren? Ik ben apparaten toen ook uit elkaar gaan halen om te kijken welke onderdelen erin zitten en wat die allemaal doen. Die nieuwsgierigheid heb ik nog steeds. Ik wil graag weten hoe iets gemaakt is en hoe het werkt.’
Wat nou als ik niks over technologie weet?
‘Mensen verwachten vaak niet dat een ingewikkeld product soms uit een gewoon blok metaal ontstaat. Mensen denken bijvoorbeeld dat onderdelen zoals een motorblok alleen worden gegoten. Maar er wordt ook materiaal weggesneden met een CNC-freesbank of draaibank. Dat vind ik juist interessant aan techniek. Je ziet een eindproduct, maar meestal niet hoeveel stappen ervoor nodig zijn om het te maken. Als je daar eens induikt, ontdek je pas hoeveel techniek er achter alledaagse producten zit.’
Techniek is heel breed. Je hoeft dus ook niet meteen alles te begrijpen. Het begint voor mij vooral met nieuwsgierig zijn en jezelf afvragen: hoe hebben ze dit eigenlijk gemaakt? Tijdens de Week van de Technologie kun je juist dat soort dingen ontdekken. Je ziet wat er achter producten en machines zit en welke technieken ervoor nodig zijn. Misschien kijk je daarna ineens heel anders naar de spullen die je iedere dag gebruikt.’



